Een tweede keer kijken

Van alles, ook een simpel ding dat je elke dag gebruikt, kun je als schrijver heel veel kanten laten zien. Niets is meer wat het lijkt, als je de lezer meeneemt in jouw kijk op de dingen.

Maar, dan moet je eerst zelf als schrijver wel leren die meerdere kanten van alles te zien. En die vervolgens onder woorden leren brengen. Klinkt misschien een beetje ingewikkeld, maar je leert in deze oefening hoe je dat doet. We beginnen met zoiets simpels als een vork.

 

Lees onderstaand gedicht. Het gaat het over een heel alledaags ding, een vork. De dichter beschrijft de vork alleen anders dan anders.

  • Lees het gedicht, en maak een lijstje van de eigenschappen die de vork volgens de dichter heeft.
  • Tip: het zijn eigenschappen die misschien meer over de gebruiker van de vork, een mens, dan over de vork zeggen?

Vork

Dit vreemde ding moet rechtstreeks
Uit de hel gekropen zijn.
Het lijkt op een vogelpoot
Hangend aan de nek van een kannibaal.

Terwijl je hem in je hand houdt,
Terwijl je hem in een stuk vlees steekt,
Kun je je de rest van de vogel voorstellen:
De kop, die net als je vuist
Groot en kaal is, snavelloos en blind.

Bron: Charles Simic, Een hond met vleugels, uitgeverij Meulenhoff, 1993. Vertaling Peter Nijmeijer, geciteerd via NRC.

  • Schrijf nu zelf een tekst (een zeer kort verhaal of gedicht, kies zelf maar) van circa 50 woorden waarin je een alledaags ding (een stoel, een rugzak, een raamkozijn, etc.) beschrijft.
  • Leg jouw eerste kijk op dat ding vast, breng onder woorden hoe je nu, op dit moment, naar het ding kijkt.
  • Nu ga je een tweede en een derde variant van je tekst schrijven waarin je datzelfde ding tweemaal vanuit een heel andere kijk beschrijft. Deze opdracht levert dus nog twee tekstjes van circa 50 woorden op.
  • Tip: Stel je het voorwerp eens als een levend wezen voor. Een ontbijtbord maakt elke dag mee hoe iemand, of zelfs een heel gezin, ontbijt. Hoe wordt er op ingehakt, hoe wordt het bord geboend, of wordt er misschien zelfs mee gegooid? Of een mooie jurk of sweater in je kast: wat heeft die allemaal van jouw leven gezien, bij welke belangrijke gebeurtenis waren ze, en wat zagen ze daar allemaal? Of: de stoel waar je op zit, wie heeft jou eenzamer gezien dan die stoel?

In de drie zeer korte teksten die je geschreven hebt, heb je drie keer heel verschillend naar een ding gekeken. Misschien heb je gekeken naar de eigenaar van het voorwerp. (Zoals het gedicht over de vork je iets zei over de eigenaar van de vork). Of misschien heb je eerder een gedachte of gevoel over het ding beschreven.

We gaan nog nog een andere kijk op je ding maken door te sleutelen aan het perspectief waaruit je vertelt. Van heel dichtbij bijvoorbeeld, of juist van heel veraf. Ook sleutelen we aan de tijd waarin je het ding beschrijft: is het ding iets van lang geleden, of juist van nu.

  • Kies een van de drie teksten uit, en verander het perspectief. Schreef je in de ik-vorm, maak er dan de wij-vorm van, en andersom. Schreef je van veraf, ga dan nu voor dichtbij. Of beschreef je alles van boven, doe dan nu van onderen. Wat doet dat met de kijk op het ding in je tekst?
  • Kies een van de twee overgebleven teksten uit en verander de tijd. Had je de tekst in de tegenwoordige tijd, kies dan nu bijvoorbeeld voor verleden tijd. Wat verandert er daardoor met de kijk op het ding die je geeft?

Je hebt nu drie heel verschillende teksten. Welke bevalt je het beste, en kun je uitleggen waarom?

Wat is er veranderd aan het ding, nu je er zo intensief mee bezig bent geweest?
Kijk je nu ook anders naar andere dingen?
Kijken de dingen ook anders naar jou?

  • Wat vond je van de oefening, of wat heb je geschreven? Vul het hieronder in!

    Neem contact met ons op